Een kei in overleven!

Na een scheiding en jarenlang keihard werken belandde Monique (49) thuis met een burnout en een depressie. “Al mocht niemand op mijn werk weten dat ik depressief was.” In de maanden daarna ging het bergafwaarts met haar. Psychotherapie bood weinig soelaas en haar therapeut suggereerde groepstherapie. “Dat was directiever. Ik zag er enorm tegenop, maar ik was toen ook suïcidaal en dacht: als dit niet werkt, stap ik eruit.”

Via haar huisarts kwam ze bij NPI. Tijdens het intakegesprek werd ervaringsgerichte dynamische therapie (EDT) geadviseerd. Het duurde vervolgens nog maanden voordat er plek was binnen de EDT-groep; “Die wachttijd was pittig, als je wegzakt kan het zomaar te laat zijn.”

Overlevingsstrategieën

In november 2017 begon ze aan de startgroep, één ochtend in de week. Het zware werk begon in de intensieve fase: drie dagen in de week achter elkaar groepstherapie. “De eerste drie maanden had ik alleen maar buikpijn en diarree. Het lukte me niet om tot de kern te komen. Overlevingsstrategieën laat je niet zomaar los, die hebben je jarenlang gediend.


‘Ik vind jullie vreselijk’

Ik zei tegen mijn therapeut: “Ik hoor hier niet, ik snap er niks van. Ik vind jullie vreselijk!” Haar antwoord: “Prima uitgangspunt.” Daarna begonnen de kwartjes langzaam te vallen en kwam ik dichter bij de lagen onder mijn donkere gedachten. Je hebt daarbij veel steun aan de groep. Je leert van de verhalen van anderen en ziet overeenkomsten, ongeacht wat voor stoornis iemand heeft. Dat delen is ook een wezenlijk onderdeel van de therapie.”

Iets koken, iets kopen of iets doen

“Bij ons thuis werd vroeger niet gepraat over problemen. Als er iets aan de hand was, gingen we iets kopen, iets koken of iets doen. Gesprekken met naasten (systeemtherapie) is onderdeel van de behandeling, dus het was heel spannend of mijn familie daaraan wilde meewerken.” Monique was getrouwd en heeft twee dochters. Ze was 11 jaar thuismoeder, maar toen het financieel tegenzat, ging ze aan het werk en werd kostwinner. Niet veel later sneuvelde haar huwelijk.


Vijfde keer anorexia

“Ik heb 6 jaar een stevige commerciële functie gehad. Een leuke baan hoor, maar daarnaast waren er veel zorgen, financieel en over de kinderen. Ik kreeg voor de vijfde keer anorexia, ben erbij gaan drinken en ben toen in rap tempo afgegleden. Maar ik blééf werken. Totdat ik zo mager was en er weer een relatie was beëindigd dat mijn omgeving riep: Zoek hulp!


Flitsend en fantastisch

Aan de buitenkant zag het er lange tijd flitsend en fantastisch uit, maar ik sliep en at niet meer en had hele donkere gedachten. Ik zocht hulp en meldde me ziek, maar dacht wel: ‘Ik ga ze op het werk dus echt niet vertellen dat ik depressief ben!’ Dat heb ik een jaar volgehouden. Toen moest ik echt aan de bak. Ik was 19 jaar geleden in behandeling geweest voor anorexia. Toen is het eetstuk opgelapt maar de rest niet.

Alles om maar niet te voelen

De depressie sluimerde waarschijnlijk al jaren. Bij de scheiding gingen mijn ex en ik ook in therapie. Toen werd ik zo opgelapt dat ik nog maatschappelijk kon functioneren. Dat heb ik zes jaar volgehouden. Nu moest het luik echt open. Ik heb zo lang mijn gedachten en gevoelens weggedrukt met overlevingsstrategieën als perfectionisme, seks, een eetstoornis. Ik vluchtte in slechte relaties. Alles om maar niet te voelen. Bij NPI kwam daar stapje voor stapje verandering in.”


De beleving van naasten

Gesprekken met naasten zijn onderdeel van de therapie. “Om met hulp van een systeemtherapeut te praten over wat er met jou is misgegaan. Maar ook om je familie of vrienden te laten vertellen wat het met hen doet dat hun dierbare hier zit. Dat is heel confronterend. Mijn twee dochters waren heel boos dat ze een moeder hadden die uit het leven wou stappen. Die gesprekken zijn heftig voor alle betrokkenen. Het vraagt veel moed van je dierbaren. Niet iedereen wil. Mijn zus wou niet. Mijn vriendinnen wel. Mijn ouders uiteindelijk ook. Ze moesten ervoor uit het buitenland komen. Dat heeft veel voor mij betekend. Onze relatie voelt nu gelijkwaardiger.”


Weer ‘naar buiten’

Na de intensieve fase volgt de ‘buitengroep’, 1 dagdeel per 2 weken. De voornaamste functie ervan is terugvalpreventie. Het doel van EDT is volledig maatschappelijk integreren, dus voordat deze laatste fase aanbreekt, moet je voor de drie therapiedagen (vrijwilligers)werk hebben gevonden. Monique werkt nu als vrijwilliger in de keuken van een lunchroom. “Een kantoorfunctie past me niet meer, ik merk dat ik veel affiniteit heb met horeca.


Onderhoud

Die buitengroep schuurt enorm. Ik wil er vanaf, maar het is toch nog hard nodig. Afweermechanismen zijn niet zomaar weg dus dat vraagt onderhoud. Je moet sterk genoeg zijn om je litteken te verzorgen, zeg maar. Maar mijn suïcidale wens is helemaal weg en ik ga het ook niet meer zover laten komen. Tijdens een depressie draait de wereld echt heel erg om jou. Dat werd benadrukt in het eerste gesprek met de kinderen. Hoe vreselijk het voor hen is geweest. Dat uitspreken was voor hen een grote opluchting. Maanden later bij het tweede familiegesprek vroeg mijn jongste dochter: ‘vind je niet dat depressie een beetje egoïstisch is?’ Jazeker, en niet een beetje, want de hele familie is bezig met jou: ‘leeft ze nog?’. Nu heb ik levenslust in plaats van levensangst. Dat wil niet zeggen dat ik elke dag blij ben, maar dat ik dit heb geleerd is zó waardevol!”